We schrijven nog snel enkele kaartjes naar enkele bijzondere mensen die ons op de weg geholpen hebben. Bij het verlaten van het pelgrimshuis lopen we een gezin uit Affligem tegen het lijf die hun studerende dochter in Santiago komen bezoeken.

Halverwege de voormiddag stopt de druilregen en verlaten we langs rustige straten Santiago. Aan de stadsrand staat een paaltje met de km-aanduiding tot het einde van de wereld : nog 88,022 km. Langs ongelooflijk mooie boswegen door eucalyptuswouden trekken we richting kust. Het land lijkt verlaten want we komen haast niemand tegen, behalve enkele pelgrims in de tegengestelde richting bij hun terugkeer uit Fisterra.

Ergens halverwege, in een plaatselijk barretje nemen we de tijd voor een koffie en eten we enkele cakejes die we meesmokkelden bij het ontbijt vanmorgen. Rond 14 uur trekken we verder, maar nog geen kilometer verder bij een beklimming door een mooi bos begint het weer hevig te regen. We schuilen even onder de bomen, maar het mag niet baten … het blijft hevig regenen. In sneltreinvaart leggen we de laatste 10 km af in de hevige regen en in Negreira, na 22 km, stappen we de eerste de beste albergue binnen. Er is geen verwarming, maar ’n lekkere warme douche, krantenpapier en een goede electrische blazer doen hun werk